You are here:   Home  /  Idee

Idee

 

augustus 2016

Sinds mijn artist in residence in de Noordoostpolder in 2014 is de POLDER mijn inspiratie, het onderwerp binnen mijn werk.

Tijdens mijn verblijf was het vooral de wind die mij bezighield. De tekeningen die ik maakte hebben allen in hun titel iets met wind; Windstil/Zacht briesje/Oostenwind etc.

Tijdens het verblijf werd er veel geoogst in de polder: aardappelen, leliebollen, uien. De oogst is ook een dankbaar onderwerp.

Thuisgekomen ben ik veel over het ontstaan van de polders in in Nederland gaan lezen.

Daardoor kreeg mijn werk een andere inhoud. Het begrip polder benader ik in ieder werk weer anders. M.a.w. ik ga in op meerdere aspecten van de polder die de polder biedt:

-Het droogleggen/het ontstaan van de polder, het ontstijgen aan het water- met titels als Land voor water,   Graan voor vis, De zee geeft, De dijk.

-Dát wat de te ontginnen polder zal gaan bieden: welvaart, ontwikkeling, opbrengst – in bladgoud uitgedrukt,  Land van belofte, Nieuwe oogst, Overrijp.

-De polder biedt arbeid: Graanlust.

De tekeningen zijn allen in grafiet op papier. De beelden en objecten zijn allen voor het grootste gedeelte in wol met vaak een ander materiaal toegevoegd of als drager gebruikt.

Mijn polderwerken zullen in november 2016 te zien zijn in de groepstentoonstelling in de WTC Art Gallery in Rotterdam. Pim van Halem in ik hebben voor deze expositie  naast ons werk het werk van drie andere kunstenaars geselecteerd: Jeanne Rombouts (tekeningen), Inge hoefnagel (gemengde technieken) en Pat van Boeckel (videoinstallatie).

 

POLDERGEEST is te zien van 6 november-4 december 2016.

WTC Art Gallery/WTC Rotterdam

 

 

 

Mia van der Burg (Berkel en Rodenrijs, 1951) is een veelzijdig kunstenaar. Zij maakt fotowerken, tekeningen, assemblages, collages, installaties en beelden. Zij werkt in opdracht en neemt deel aan projecten in het buitenland. Fotografie en het gemanipuleerde beeld spelen een grote rol in haar werk.

Hoofdthema in het werk is onze natuurlijke omgeving, die tot in de puntjes wordt gecultiveerd en geregistreerd. Vrijwel alles daarin wordt door de mens gemanipuleerd en gereduceerd tot product. Het unieke wordt massaproduct. Met behulp van foto’s, sjablonen, herhaling, stempels, nummering, series, laat Van der Burg ons deze ver doorgevoerde gecultiveerde werkelijkheid zien. Een voorbeeld hiervan is het werk ‘Bertha e.a.'(1995) dat bestaat uit foto’s van een landschap met daarin ‘vijf’ koeien, geschilderd met behulp van een sjabloon.

Mia van der Burg fotografeert, reproduceert en combineert: bladeren van planten, bloemen, koeien, lammetjes, vogels en vissen. Op een tekening ‘de stoel in Callosa’ (2005) uit de serie ‘caminar y pescar’ liggen drie vissen op een stoel. Hun staarten lopen uit in slierten, onder de stoel ineengestrengeld als wortels van een mangrovebos, fotografisch getekend met dunne lijntjes en fijne arceringen.
De titels van de tekeningen ‘stapeling van mussen’ (2002) en ‘dansende merels’ (2004) spreken voor zichzelf. In een ritmische beweging als in een muziekstuk zijn de vogels op papier gezet. Mussen en merels komen vaker voor in het latere werk. Met behulp van de fotografie worden ze uit hun omgeving gelicht en gereduceerd tot sjabloon. Alleen of met meerdere bij elkaar treden ze op in de voorstelling. Hiermee illustreert de kunstenaar haar eigen beleving van samenzijn en alleen zijn. Voor haar zijn beide nodig om goed te functioneren. De herhaling van beelden, deze cadans, komt ook terug in haar andere werk.
In deze recente tekeningen, assemblages en collages is het gebruik van kleur zeer sober en voert het wit van het papier de boventoon.

‘De natuur tekent zichzelf’ zei anderhalve eeuw geleden Daguerre, een van de uitvinders van de fotografie. Mia van der Burg maakt dankbaar gebruik van dit verschijnsel. Voor haar is het een schier onuitputtelijke bron van inspiratie.

Annie van Roekel 2005

In mijn tekeningen laat ik mij leiden door wat ik in de natuur aantref.
Dát wat ik aantref is in cultuur gebrachte natuur, een gegeven dat mij steeds weer de mogelijkheid biedt nieuw werk te maken.

Mijn objecten zijn ontstaan n.a.v. het serviesgoed van mijn moeder uit de nalatenschap van mijn ouders.

In eerste instantie ‘koesterde’ ik kopjes en schoteltjes door er witte, zachte wol omheen te haken.

Naar mate de vormen groter werden (vazen, kannen) liet ik het ‘koesteren’ los en nu ondergaat elke kan of vaas een metamorfose door eromheen te haken: een nieuw object ontstaat op deze wijze, elk object met een eigen verhaal.

Mia van der Burg 2007

Menu Title